Vintage breipatroon kruippakje

ca. maat 56, 62 en 68

Dit vintage breipatroon voor een babykruippakje komt uit het handwerkboek van mijn oma uit 1975. Het pakje wordt van onder naar boven gebreid en bestaat uit twee korte pijpjes die bij het kruis worden samengevoegd. Daarna worden het lijf, de armsgaten en de hals gevormd. Langs de hals en armsgaten komt een gehaakt randje met vasten en picots.

 

Het oorspronkelijke patroon vermeldt drie maten, maar noemt geen kledingmaten, garensoort of steekverhouding. Op basis van de stekenaantallen en lengtematen lijken de drie maten ongeveer overeen te komen met maat 56, 62 en 68. Het patroon is zo nauwkeurig mogelijk uitgeschreven in moderne breitermen. Waar het handschrift onduidelijk of rekenkundig niet helemaal sluitend was, is dit in het patroon aangegeven.

Vintage breipatroon kindertrui met vlechtwerkpatroon – blad 1
Vintage breipatroon kindertrui met vlechtwerkpatroon – blad 2

Vintage breipatroon kruippakje – ca. maat 56, 62 en 68

Dit vintage breipatroon voor een babykruippakje komt uit het handwerkboek van mijn oma. Het pakje wordt van onder naar boven gebreid. Voor- en rugpand beginnen ieder met twee korte pijpjes, die bij het kruis worden samengevoegd. Daarna worden het lijf, de armsgaten en de hals gevormd. Tot slot worden hals, armsgaten en eventueel de pijpjes afgewerkt met een gehaakt picotrandje.

 

Het oorspronkelijke patroon vermeldt drie maten, maar geen kledingmaten, garensoort of steekverhouding. Op basis van de stekenaantallen en lengtematen lijken de maten ongeveer overeen te komen met:

kleine maat: ca. maat 56

middelste maat: ca. maat 62

grote maat: ca. maat 68

De maten zijn een inschatting. Zonder de oorspronkelijke steekverhouding kunnen de uiteindelijke afmetingen afwijken.

 

Maten

De aantallen worden steeds aangegeven als:

maat 56 – maat 62 – maat 68

 

Benodigdheden

circa 125 gram wol

breinaalden 3 mm

haaknaald passend bij het gebruikte garen

stopnaald

De oorspronkelijke garensoort, looplengte en steekverhouding zijn niet vermeld.

Maak daarom bij voorkeur eerst een proeflapje.

 

Patroonsteek

Brei in 2 recht, 2 averecht ribbelpatroon.

Begin de eerste naald met:

2 recht, 2 averecht

en herhaal dit over de naald.

Brei in de volgende naalden de steken zoals ze zich voordoen.

 

Rugpand

Eerste pijpje

Zet op:

28 – 30 – 32 steken

Brei in het patroon van 2 recht, 2 averecht.

Brei tot een hoogte van:

3 – 3½ – 4 cm

Meerder daarna aan de rechterkant in totaal:

3 keer 1 steek

Het oorspronkelijke patroon vermeldt niet hoeveel naalden er tussen deze meerderingen zitten. Verdeel de meerderingen daarom regelmatig over een korte afstand.

Je hebt nu:

31 – 33 – 35 steken

Laat deze steken rusten.

 

Tweede pijpje

Brei een tweede pijpje op dezelfde manier, maar in spiegelbeeld.

De meerderingen komen nu aan de andere zijde, zodat de gemeerderde kanten bij het samenvoegen tegenover elkaar liggen.

Je hebt opnieuw:

31 – 33 – 35 steken

 

Pijpjes samenvoegen

Neem beide pijpjes op één breinaald.

Zet tussen beide pijpjes 4 nieuwe steken op voor het kruis.

Je hebt nu:

66 – 70 – 74 steken

Brei verder in patroon.

Probeer het patroon van 2 recht, 2 averecht zo netjes mogelijk te laten doorlopen over de nieuw opgezette steken.

Brei tot het werk vanaf de onderkant een totale hoogte heeft van:

19 – 21 – 23 cm

 

Armsgaten

Kant aan beide zijden steken af.

Maat 56

Kant aan iedere kant af:

2 keer 2 steken

daarna 2 keer 1 steek

Maat 62

Kant aan iedere kant af:

2 keer 2 steken

daarna 4 keer 1 steek

Maat 68

Kant aan iedere kant af:

3 keer 2 steken

daarna 3 keer 1 steek

Minder daarna voor alle maten aan iedere kant:

2 keer 1 steek in iedere 4e naald

daarna 2 keer 1 steek in iedere 6e naald

Er blijven:

46 – 46 – 48 steken

over.

 

Opmerking bij maat 62

In het oorspronkelijke handschrift lijkt bij maat 62 te staan dat na 2 keer 2 steken nog 2 keer 1 steek wordt afgekant.

Daarmee klopt het daaropvolgende stekenaantal van 46 steken echter niet.

Met 4 keer 1 steek aan iedere kant komt de berekening wel exact uit op de 46 steken die verderop in het oorspronkelijke patroon worden genoemd. Daarom is deze correctie hier verwerkt.

 

Hals rugpand

Brei met de resterende:

46 – 46 – 48 steken

verder tot het armsgat een hoogte heeft van:

8 – 8½ – 9 cm

Kant voor de hals de middelste:

12 – 12 – 14 steken

af.

Werk beide schouders afzonderlijk verder.

Kant aan de halszijde van iedere schouder af:

2 keer 2 steken

daarna 3 keer 1 steek

Er blijven voor iedere schouder:

10 steken

over.

Brei met deze steken verder tot het armsgat een totale hoogte heeft van:

13 – 13½ – 14 cm

Kant de resterende 10 steken in één keer af.

Brei de andere schouder op dezelfde manier.

 

Voorpand

Brei het voorpand hetzelfde als het rugpand:

brei twee afzonderlijke pijpjes;

meerder aan de binnenzijde;

voeg beide pijpjes samen met 4 nieuwe steken;

brei verder tot 19 – 21 – 23 cm totale hoogte;

vorm de armsgaten zoals bij het rugpand.

Brei daarna verder tot het armsgat een hoogte heeft van:

6 – 6½ – 7 cm

De hals van het voorpand begint dus iets lager dan de hals van het rugpand.

 

Hals voorpand

Kant de middelste:

12 – 12 – 14 steken

af.

Werk beide zijden afzonderlijk verder.

Kant aan de halszijde af:

2 keer 2 steken

daarna 3 keer 1 steek

Er blijven per schouder:

10 steken

over.

Brei verder tot het armsgat een totale hoogte heeft van:

13 – 13½ – 14 cm

Kant de resterende 10 steken in één keer af.

Brei de andere schouder op dezelfde manier.

In elkaar zetten

Leg het voor- en rugpand met de goede kanten op elkaar.

 

Sluit:

de schoudernaden;

de zijnaden;

de naden van de pijpjes;

het kruis waar nodig.

Werk alle losse draden netjes weg.

Het oorspronkelijke patroon geeft geen verdere aanwijzingen voor het in elkaar zetten.

Gehaakte afwerking

Haak langs:

  • de hals;
  • de armsgaten;
  • en eventueel de onderkant van de pijpjes

eerst 1 toer vasten.

Haak daarna 1 toer picots.

 

Het oorspronkelijke patroon beschrijft niet hoe de picots precies zijn gehaakt.

Een eenvoudige uitvoering is bijvoorbeeld:

1 vaste, 3 lossen, 1 halve vaste in de eerste van deze 3 lossen.

 

Haak daarna enkele vasten tot de volgende picot en verdeel de picots gelijkmatig over de rand.

 

Afmetingen uit het oorspronkelijke patroon

Voor maat 56 – 62 – 68:

Pijphoogte vóór het meerderen:

3 – 3½ – 4 cm

Hoogte tot begin armsgat:

19 – 21 – 23 cm

Hoogte armsgat tot begin achterhals:

8 – 8½ – 9 cm

Hoogte armsgat tot begin voorhals:

6 – 6½ – 7 cm

Totale armsgathoogte:

13 – 13½ – 14 cm

 

Disclaimer

Dit patroon is afkomstig uit een oud handgeschreven handwerkboek en is zo nauwkeurig mogelijk vertaald naar moderne breitermen. De oorspronkelijke garensoort, steekverhouding en kledingmaten zijn niet vermeld. De maten 56, 62 en 68 zijn daarom een inschatting op basis van de stekenaantallen en lengtematen.

Ontdek meer