Pannenlap haken

Deze vintage pannenlap komt uit een oud handgeschreven haakpatroon. De pannenlap bestaat uit vier ronde motieven die per twee op elkaar worden gelegd en samen worden omgehaakt, waardoor twee stevige dubbele pannenlappen ontstaan.

Volgens het oorspronkelijke patroon worden de pannenlappen dubbelgevouwen en bewaard in een bijpassend gehaakt mandje. Dat mandje hoort bij een apart patroon.

 

Let op: de getoonde afbeelding is een illustratieve reconstructie op basis van het oude handgeschreven patroon. Het is geen foto van het oorspronkelijke werkstuk. De uiteindelijke vorm en uitstraling kunnen daarom iets afwijken.

Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje
Oud Nederlands breipatroon voor een meisjesklokrokje

Vintage haakpatroon pannenlap

Deze oude pannenlap wordt opgebouwd uit vier gehaakte ronde motieven. De motieven worden per twee op elkaar gelegd en samen omgehaakt, waardoor een dikkere pannenlap ontstaat.

Het oorspronkelijke handgeschreven patroon vermeldt geen garensoort, hoeveelheid garen of haaknaald. Voor een pannenlap is 100% katoen een praktische keuze, omdat dit beter tegen warmte kan dan synthetisch garen.

 

Afkortingen

l = losse

hv = halve vaste

v = vaste

st = stokje

2-l-ruimte = het gaatje dat ontstaat door 2 lossen

De 3 lossen aan het begin van een toer tellen als het eerste stokje.

Elke toer wordt gesloten met een halve vaste. Ga indien nodig met een halve vaste naar de eerste lossenruimte voordat je aan de volgende toer begint.

 

Motief

Haak 5 lossen en sluit deze met een halve vaste tot een ring.

 

Toer 1

Haak 3 lossen omhoog; deze tellen als het eerste stokje. Haak de overige stokjes in het midden van de lossenring.

Haak daarna:

*2 lossen, 1 stokje in de ring*.

Herhaal van * tot * 6 keer in totaal.

Haak daarna nog 2 lossen.

Sluit de toer met een halve vaste in de 3e beginlosse.

 

Toer 2

Ga met een halve vaste naar de eerste 2-lossenruimte.

Haak 3 lossen omhoog; deze tellen als het eerste stokje.

Haak 2 stokjes in dezelfde lossenruimte.

Haak daarna rondom:

*2 lossen, 3 stokjes in de volgende 2-lossenruimte.*

Herhaal van * tot * rondom.

Sluit met een halve vaste in de 3e beginlosse.

Na deze toer heb je 7 groepjes van 3 stokjes en 7 lossenruimtes.

 

Toer 3

Haak 1 stokje op elk van de volgende 3 stokjes.

Haak in de volgende 2-lossenruimte:

1 stokje, 2 lossen, 1 stokje.

Herhaal dit rondom:

*1 stokje op elk van de volgende 3 stokjes, (1 stokje, 2 lossen, 1 stokje) in de volgende 2-lossenruimte.*

Sluit de toer met een halve vaste.

Na deze toer liggen er tussen twee 2-lossenruimtes telkens 5 stokjes

 

Toer 4

Herhaal rondom:

5 stokjes op de 5 stokjes, (1 stokje, 2 lossen, 1 stokje) in de volgende lossenruimte.

Na deze toer liggen er telkens 7 stokjes tussen twee lossenruimtes.

Sluit met een halve vaste.

 

Toer 5

Het oorspronkelijke patroon schrijft hier alleen: “Zo doorgaan met meerderen tot er 9 stokjes tussen de gaatjes zijn.”

Volgens dezelfde opbouw wordt deze toer:

Herhaal rondom:

7 stokjes op de 7 stokjes, (1 stokje, 2 lossen, 1 stokje) in de volgende lossenruimte.

Na deze toer liggen er telkens 9 stokjes tussen twee lossenruimtes.

Sluit met een halve vaste.

Vanaf hier wordt weer geminderd

 

Toer 6

Sla bij iedere groep van 9 stokjes het eerste en het laatste stokje over en haak op de middelste 7 stokjes elk 1 stokje.

Herhaal rondom:

7 stokjes op de middelste 7 stokjes van de groep van 9, 2 lossen, 1 stokje in de lossenruimte, 2 lossen, 1 stokje in dezelfde lossenruimte, 2 lossen.

Je krijgt hierdoor rond iedere oorspronkelijke lossenruimte drie nieuwe 2-lossenruimtes.

Sluit met een halve vaste.

 

Toer 7

Herhaal rondom:

* Sla het eerste stokje van de volgende groep van 7 stokjes over. Haak 1 stokje op elk van de volgende 5 stokjes en sla het laatste stokje over.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de eerste 2-lossenruimte en haak 2 lossen.

Haak in de tweede 2-lossenruimte:

1 stokje, 2 lossen, 1 stokje.

Haak daarna 2 lossen.

Haak 1 stokje in de derde 2-lossenruimte en haak 2 lossen. *

Herhaal van * tot * rondom.

Sluit de toer met een halve vaste.

Tussen twee groepen van 5 stokjes liggen nu telkens 5 nieuwe 2-lossenruimtes.

 

Toer 8

Herhaal het volgende gedeelte rondom:

* Sla het eerste stokje van de volgende groep van 5 stokjes over.

Haak 1 stokje op elk van de volgende 3 stokjes.

Sla het laatste stokje van de groep over.

Haak daarna:

2 lossen;

1 stokje in de 1e lossenruimte;

1 stokje op het losse stokje tussen de 1e en 2e lossenruimte;

1 stokje in de 2e lossenruimte;

2 lossen;

in de middelste, 3e lossenruimte: 1 stokje, 2 lossen, 1 stokje;

2 lossen;

1 stokje in de 4e lossenruimte;

1 stokje op het losse stokje tussen de 4e en 5e lossenruimte;

1 stokje in de 5e lossenruimte;

2 lossen. *

Ga daarna verder met de volgende groep van 5 stokjes en herhaal van * tot * rondom.

Sluit de toer met een halve vaste.

 

Toer 9

In deze toer wordt ieder groepje van 3 stokjes teruggebracht naar 1 stokje. Je haakt daarvoor alleen op het middelste stokje van zo'n groepje.

Herhaal het volgende gedeelte rondom:

* Haak 1 stokje op het middelste stokje van de volgende groep van 3 stokjes.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de eerste 2-lossenruimte.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje op het middelste stokje van de volgende groep van 3 stokjes.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de tweede 2-lossenruimte.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de derde 2-lossenruimte.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de vierde 2-lossenruimte.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje op het middelste stokje van de volgende groep van 3 stokjes.

Haak 2 lossen.

Haak 1 stokje in de vijfde 2-lossenruimte.

Haak 2 lossen. *

Ga daarna verder met het volgende gedeelte van het motief en herhaal van * tot * rondom.

Sluit de toer met een halve vaste en hecht af.

Belangrijk: de 2 lossen worden steeds gewoon in de lucht gehaakt. Alleen de genoemde stokjes worden óf op een bestaand stokje óf in een lossenruimte gehaakt.

 

Maak vier motieven

Haak op dezelfde manier nog 3 motieven.

Je hebt nu in totaal 4 gelijke lapjes.

Motieven per twee samenvoegen

Leg 2 motieven precies op elkaar, met de verkeerde kanten tegen elkaar. De goede kanten wijzen dus naar buiten.

Zorg dat de gaatjes van beide motieven netjes tegenover elkaar liggen.

Eerste randtoer

Steek de haaknaald telkens door een overeenkomstig gaatje van beide lagen tegelijk en haak:

1 vaste door beide lagen.

Haak daarna 2 lossen.

Ga naar het volgende paar tegenover elkaar liggende gaatjes en haak daar opnieuw:

1 vaste door beide lagen, 2 lossen.

Herhaal dit helemaal rondom.

Dus schematisch:

*1 vaste door beide gaatjes tegelijk, 2 lossen*

Herhaal rondom en sluit de toer.

De vaste wordt dus door beide lapjes gehaakt; de 2 lossen haak je daarna gewoon in de lucht.

Tweede randtoer

Haak rondom:

2 vasten om iedere 2-lossenruimte

1 vaste op iedere vaste van de vorige toer

Herhaal dit rondom.

Sluit de toer met een halve vaste en hecht af.

 

Opmerking bij dit vintage patroon

Dit patroon is zo nauwkeurig mogelijk uit het oorspronkelijke handgeschreven patroon naar moderne haaktermen vertaald. Vooral bij toer 7 tot en met 9 ontbreken in het origineel enkele leestekens en uitgebreide plaatsaanduidingen. De bovenstaande beschrijving volgt de steekopbouw van het patroon en de logische plaatsing van de meerderingen en minderingen.

Ontdek meer