
Deze gehaakte windspinner is eenvoudig te maken en krijgt zijn spiraalvorm doordat er in twee opeenvolgende toeren steeds wordt gemeerderd. De laatste toer is een afwerkrand. Je kunt hiervoor vasten of halve stokjes gebruiken, afhankelijk van de dikte van je garen en hoe breed je de rand wilt hebben.
Je kan de windspinner zo lang maken als je zelf wilt. Het patroon gaat uit van een lange windspinner maar door minder losse op te zetten krijg je een kortere versie.
Benodigdheden
Haakgaren naar keuze
Bijpassende haaknaald
Schaar
Stopnaald
Je kunt de windspinner in één kleur haken of per toer van kleur wisselen.
Gebruikte steken
losse (l)
vaste (v)
half stokje (hst)
stokje (st)
Toer 1 – lossenketting
Haak 151 lossen.
Toer 2 – vasten
Begin in de tweede losse vanaf de haaknaald.
Haak 1 vaste in elke losse.
Je hebt nu 150 vasten.
Toer 3 – meerderen met stokjes
Haak 2 stokjes in elke vaste van de vorige toer.
Aan het einde van deze toer heb je 300 stokjes.
De lange strook begint nu vanzelf te draaien en te krullen.
Toer 4 – verder meerderen
Haak 2 stokjes in elk stokje van de vorige toer.
Aan het einde van deze toer heb je 600 stokjes.
De windspinner krijgt hierdoor zijn volle spiraalvorm.
Toer 5 – afwerkrand
Haak 1 steek in elk stokje van de vorige toer.
Je hebt twee mogelijkheden:
1 vaste in elk stokje voor een wat smallere en stevigere rand.
1 half stokje in elk stokje voor een iets bredere rand. Dit is vooral mooi wanneer je met dunner garen haakt.
Je haakt in beide gevallen 600 steken.
Meerderen is in deze toer niet nodig. Door steeds één steek in elk stokje te haken, blijft de bestaande spiraalvorm behouden zonder dat de buitenrand extra sterk gaat golven.
De beste keuze hangt af van het garen dat je gebruikt.
Bij wat dikker garen zijn vasten vaak voldoende om een duidelijke buitenrand te krijgen. Bij dunner garen kan de rand met vasten vrij smal uitvallen. In dat geval geven halve stokjes net wat meer breedte.
Kijk daarom tijdens het haken vooral naar het resultaat en kies de steek die het mooiste past bij jouw garen en windspinner.
Knip de draad af en haal deze door de laatste lus.
Werk de losse draden netjes weg met een stopnaald.
Maak eventueel aan de bovenkant een lus van lossen om de windspinner op te hangen.
Door voor de verschillende toeren andere kleuren te gebruiken, wordt de spiraal extra zichtbaar. Vooral een contrasterende kleur in de laatste toer geeft een mooie, duidelijke buitenrand.