
Deze lieve vintage babysokjes worden grotendeels gehaakt in Tunesisch haakwerk. Het witte sokje krijgt een apart zooltje, een decoratieve vlechtrand en een blauw koordje met kleine gehaakte klokjes aan de uiteinden. Het oorspronkelijke handgeschreven patroon is vertaald naar moderne haaktermen en waar nodig verduidelijkt.
De afbeelding is een impressie op basis van het oorspronkelijke patroon en laat bij benadering zien hoe de babysokjes eruit kunnen zien.


Dit vintage patroon beschrijft een paar babysokjes in Tunesisch haakwerk. Het sokje wordt opgebouwd uit een enkelgedeelte, een middenstuk voor de bovenkant van de voet en een apart zooltje. De bovenrand krijgt een decoratieve vlechtrand en een blauw koordje met kleine klokjes.
Het oorspronkelijke patroon is handgeschreven. De constructie en stekenaantallen zijn goed te volgen. Alleen de precieze uitvoering van de decoratieve vlechtrand en één steeknaam bij de klokjes zijn niet volledig leesbaar. Hieronder staat de meest waarschijnlijke moderne uitwerking.
ca. 50 gram witte wol
een restje blauwe wol
Tunesische haaknaald 3,5 mm
gewone haaknaald 3,5 mm
stopnaald
Het oorspronkelijke patroon vermeldt geen steekverhouding of exacte maat.
losse (l)
vaste (v)
halve vaste (hv)
stokje (st)
Tunesische basissteek
Een Tunesische toer bestaat uit een heengaande en een teruggaande gang.
Heengaande gang: steek de haaknaald achter het verticale voorste lusje van iedere steek, sla de draad om en haal een lus op. Laat alle lussen op de haaknaald staan.
Teruggaande gang: sla de draad om en haal deze door de eerste lus. Daarna steeds: draad omslaan en door 2 lussen halen, totdat er nog 1 lus op de naald staat.
De heengaande en teruggaande gang samen vormen 1 Tunesische toer.
Zet met wit 28 lossen op.
Haak over de 28 steken:
3 toeren Tunesische basissteek.
Knip de draad af.
Je hebt nu 28 steken.
De middelste 8 steken vormen de bovenkant van het voetje.
De verdeling is:
10 steken
8 middelste steken
10 steken
Hecht de witte draad aan bij de eerste van de middelste 8 steken.
Haak over deze 8 steken:
8 toeren Tunesische basissteek.
Knip de draad af.
Je hebt nu een smal rechthoekig middenstuk dat vanaf het enkelgedeelte naar voren loopt.
Steken rondom opnemen
Hecht de witte draad aan bij het begin van de eerste 10 steken van het enkelgedeelte.
Neem achtereenvolgens lussen op uit:
Je hebt nu:
10 + 8 + 8 + 8 + 10 = 44 lussen.
De opgenomen 44 lussen vormen meteen de heengaande gang van de eerste Tunesische toer.
Haak nu de teruggaande gang. Daarmee is toer 1 voltooid.
Haak vervolgens nog:
3 volledige toeren Tunesische basissteek over 44 steken.
Je hebt dan in totaal 4 Tunesische toeren over het gehele voetgedeelte.
Afhaaktoer
Haak een afhaaktoer met halve vasten.
Steek de haaknaald achter het verticale lusje van de volgende steek, sla de draad om en haal deze direct door de steek én door de lus op de haaknaald.
Herhaal over de gehele toer.
Knip de draad af.
Achternaad
Vouw het sokje in model.
Naai de achterkant van het enkelgedeelte netjes dicht.
Zet met wit 20 lossen op.
Haak hierover:
5 toeren Tunesische basissteek.
Wissel naar blauw.
Haak langs de laatste toer een afhaaktoer met halve vasten.
Knip de draad af.
Zooltje aan het sokje bevestigen
Leg het zooltje onder het voetgedeelte.
Hecht de blauwe draad aan.
Haak het zooltje rondom met 1 toer vasten aan het bovendeel van het sokje.
Verdeel de steken gelijkmatig rondom. Het aantal steken van het zooltje komt niet één-op-één overeen met de 44 steken van het bovendeel, dus sla waar nodig kleine stukjes gelijkmatig over of neem op sommige plaatsen iets dichter op elkaar in.
Zorg dat de teen en hiel mooi in het midden blijven liggen.
Knip de draad af en werk de uiteinden weg.
In het oorspronkelijke patroon wordt aan de bovenkant van het sokje een vlechtrand met noppen gehaakt.
Het patroon vermeldt dat deze rand op de opzetrand wordt gehaakt en spreekt vervolgens over het insteken in vasten. Een aparte toer vasten wordt echter niet letterlijk genoemd. In deze moderne reconstructie wordt daarom eerst een basistoer met vasten gehaakt.
Basistoer
Haak met wit rondom de oorspronkelijke opzetrand:
1 vaste in iedere steek = 28 vasten.
Sluit de toer met een halve vaste.
Eerste toer vlechtrand
Maak de eerste nop als volgt:
Sla de draad om.
Steek de haaknaald in de volgende vaste.
Sla de draad om en haal een lus op.
Herhaal stap 2 en 3 nog 2 keer in dezelfde vaste.
Sla de draad om.
Sla 1 vaste van de vorige toer over.
Steek de haaknaald in de volgende vaste.
Sla de draad om en haal een lus op.
Haal de draad door alle lussen op de haaknaald.
Haak 2 lossen.
Voor de volgende nop steek je opnieuw in de vaste waarin de vorige nop is geëindigd.
Herhaal dit rondom: sla telkens 1 vaste over en laat de volgende nop eindigen in de daaropvolgende vaste.
Bij 28 basissteken ontstaan zo 14 noppen.
Sluit de toer.
Tweede toer vlechtrand
Deze toer wordt volgens het oorspronkelijke patroon aan de binnenkant van het sokje gehaakt.
Haak opnieuw noppen volgens dezelfde werkwijze en steek hierbij in de noppen van de vorige toer.
Hierdoor ontstaat een vollere, gevlochten rand.
Let op: de tweede toer wordt in het oorspronkelijke handgeschreven patroon niet volledig steek voor steek beschreven. Deze uitvoering is daarom een praktische reconstructie van de oorspronkelijke aanwijzingen.
Dit patroon is vanuit een oud handgeschreven patroon naar moderne haaktermen vertaald. De constructie en belangrijkste stekenaantallen zijn duidelijk en logisch. Alleen de precieze uitvoering van de decoratieve vlechtrand en de steek bij de kleine klokjes konden niet volledig uit het origineel worden afgelezen. Deze onderdelen zijn zo zorgvuldig mogelijk gereconstrueerd.
Deze gehaakte babysokjes komen uit een handgeschreven patroon uit 1975. Het patroon is zorgvuldig uitgewerkt en gemoderniseerd, maar nog niet volledig proefgehaakt. Daarom vind je op deze pagina ook het originele patroon terug, zodat je de oude beschrijving altijd kunt vergelijken met de moderne uitwerking.